1466: Dinant verwoest

In de 15e eeuw is Dinant een welvarende stad, rijk geworden door de koperbewerking en -handel. Maar al lange tijd onderhoudt ze een felle rivaliteit met het naburige Bouvignes, dat onder het gezag van de machtige hertogen van Bourgondië staat.

In 1465 loopt het conflict uit de hand. Dinantezen beledigen hertog Filips de Goede en zijn zoon en noemen die laatste een bastaard. Moeten de schuldigen worden uitgeleverd om wraak te voorkomen? De stad raakt verdeeld en de meest onverzettelijken weigeren.

Het jaar daarop komt Karel de Stoute Dinant straffen. Op 18 augustus 1466 slaat zijn leger het beleg voor de stad. Een week later capituleert Dinant. De stad wordt geplunderd en in brand gestoken. Volgens de overlevering werden 800 Dinantezen, twee aan twee vastgebonden, in de Maas geworpen. Het aantal is wellicht legendarisch, maar het toont hoe diep het trauma in het geheugen van de stad gegrift bleef.

Ook de collegiale kerk brandt. Het dakgebinte en het meubilair verdwijnen en de gewelven storten in. Alleen de muren houden stand. Zelfs de relieken van de heilige Perpetuus worden meegenomen.