Twee verhalen die elkaar kruisen

Dit retabel is opgebouwd rond twee grote verhaallijnen.

De eerste is mariaal. Links zien we het begin van het leven van Maria; rechts het einde van haar leven, wanneer Jezus niet meer aanwezig is. Maria, patrones van de collegiale kerk, vormt zo de rode draad van het retabel.

Aan de twee uiteinden staan Maria en de engel Gabriël tegenover elkaar. Zo omlijst de Annunciatie het hele verhaal. Het ‘ja’ van Maria markeert de intrede van het heil in de geschiedenis: het maakt de menswording van Christus mogelijk en daarmee het hele mysterie van de verlossing dat in het midden van het retabel wordt voorgesteld. De Annunciatie wordt zo de sleutel om het geheel te begrijpen.

De tweede verhaallijn is christologisch. In het midden vertellen de gebeeldhouwde scènes het lijdensverhaal van Christus, waaraan Maria deelneemt. De compositie bereikt haar hoogtepunt met de dood van Christus aan het kruis, precies op de as van het altaar.

Deze samenhang is essentieel. Aan het altaar viert de priester de eucharistie, waarin het ene offer van Christus sacramenteel tegenwoordig wordt gesteld. Daarboven toont het retabel de gebeurtenis die eraan ten grondslag ligt: Christus die zijn leven geeft aan het kruis. Zo onthult het beeld de betekenis van de liturgische handeling die ervoor wordt voltrokken.